In het kort: Omega-3 en omega-6 zijn vetzuren die je lichaam nodig heeft maar niet zelf maakt. Het gaat met name om de verhouding tussen de twee. Van oorsprong, in het dieet van onze voorouders, lag die verhouding rond 1 op 1. Door zaadoliën en plantaardige producten is die in het moderne dieet opgelopen tot 15 à 20 op 1, een scheefgroei die in verband wordt gebracht met ontsteking en uiteenlopende, soms hele serieuze gezondheidsklachten. Grootschalig onderzoek laat zien dat de relatie complex is. Recente analyses van de grote UK Biobank databank tonen aan dat mensen met een extreem scheve verhouding (veel te veel omega-6 ten opzichte van omega-3) een statistisch hoger risico hebben op sterfte aan chronische ziektes, waaronder kanker en hart- en vaatziekten. Hetzelfde geldt voor vlees: een grasgevoerd rund heeft een gezonde verhouding, terwijl een rund dat met graan is vetgemest een schevere verhouding heeft. Je bent wat je eet, en je eten is wat het eet!
Wat omega-3 en omega-6 vetzuren zijn
tekst gaat hieronder verder
Beide zijn essentiële vetzuren die ons lichaam niet zelf aanmaakt. Je moet ze uit voeding halen, net als bepaalde vitamines. Ze behoren tot de meervoudig onverzadigde vetten.
Ze zitten in de wand van elke cel die je hebt, van huid tot hersenen. Ze bepalen mede hoe soepel die celwanden zijn, hoe cellen onderling communiceren, en hoe het lichaam reageert op schade en ontsteking.
Het verschil zit in hun rol. Omega-3 werkt ontstekingsremmend en brengt het lichaam na een prikkel weer tot rust. Omega-6 werkt ontstekingsbevorderend en zet aan. Dat laatste klinkt ongunstig, maar ontsteking is je alarmsysteem: het trekt een wond dicht en pakt een indringer aan. Je hebt beide nodig. Omega-6 trapt het gaspedaal in, omega-3 neemt het weer terug. Een lichaam met alleen gas en geen rem loopt vast
Wat ze in het lichaam doen
Je hersenen bestaan voor een groot deel uit vet. Eén omega-3-vetzuur, DHA, is daar een hoofdbestanddeel van en speelt een rol bij geheugen, concentratie en de communicatie tussen hersencellen.
Je hart en bloedvaten profiteren van voldoende omega-3, dat samenhangt met een rustigere bloeddruk en soepeler bloedvaten. Je afweer leunt op het samenspel: omega-6 zet het ontstekingsproces aan, omega-3 zet het weer uit.
Je huid gebruikt deze vetten in de laag die vocht binnenhoudt en de buitenwereld buiten.
Zolang beide in verhouding staan, loopt dit systeem gesmeerd. Het probleem van vandaag is geen tekort. Het is de verhouding die is scheefgegroeid.
Waar ze in zitten
Van nature komen beide vetzuren voor in echte, onbewerkte voeding. Omega-3 zit in vette vis, in het vlees en vet van dieren die buiten grazen, in eieren van scharrelende kippen, en in kleinere hoeveelheden in noten en zaden. Omega-6 zit veel in plantaardige voeding zoals oliën (zonnebloem-, maïs- en sojaolie), als ook in noten en zaden.
Wie at zoals mensen duizenden jaren aten; vlees, vis, eieren, seizoensgroenten en wat noten, kreeg de twee ongeveer in evenwicht binnen. Onderzoekers schatten de oorspronkelijke verhouding tussen omega-6 en omega-3 op ruwweg 1 op 1, hooguit 2 op 1.
Daar is de laatste eeuw weinig van over.
Hoe het moderne dieet de balans brak
Twee ontwikkelingen liepen door elkaar.
Zaadoliën zijn overal ingeslopen: zonnebloem, mais, soja, koolzaad. Niet alleen als fles in de keukenkast, maar in vrijwel elk bewerkt product. Koekjes, sauzen, chips, kant-en-klaarmaaltijden, bakwaren, fastfood. Deze oliën bestaan grotendeels uit omega-6. Maiskiemolie is voor bijna 60 procent linolzuur, een omega-6.
Tegelijk duwt de eiwittransitie het bord richting plantaardige producten en vleesvervangers, die op diezelfde oliën en granen zijn gebouwd.
De uitkomst: de verhouding tussen omega-6 en omega-3 in het westerse dieet is opgelopen tot naar schatting 15 op 1, in sommige gevallen 20 op 1. Vijftien tot twintig keer zoveel gaspedaal als rem. Het alarmsysteem staat permanent halfopen, zonder dat iets het weer sluit.
Wat die disbalans aanricht
Een chronisch scheve verhouding wordt in verband gebracht met een lange lijst klachten. De meeste van die verbanden zijn statistisch en gaan over verhoogd risico, niet over een rechtstreekse oorzaak. De rode draad is steeds dezelfde: laaggradige, sluimerende ontsteking en oxidatieve stress, het roesten van cellen van binnenuit.
Onder de aandoeningen die onderzoekers koppelen aan een hoge omega-6/omega-3-verhouding:
- hart- en vaatziekten
- bepaalde vormen van kanker
- auto-immuun- en ontstekingsziekten
- een mogelijke rol bij cognitieve achteruitgang en Alzheimer
Het blijft niet bij zware ziekte. De disbalans laat zich ook in het klein voelen.
Een drogere, sneller geïrriteerde huid, doordat de beschermlaag minder goed sluit.
Sneller verbranden in de zon. Omega-6-vetzuren die zich in de huid ophopen zijn chemisch instabiel. Onder uv-licht kunnen ze oxideren, een inwendige roestreactie die de huid gevoeliger maakt voor zonlicht. Wat op je bord ligt, lees je terug op je huid.
Het onderliggende mechanisme is telkens hetzelfde. Cellen die uit balans zijn ontsteken en oxideren sneller. Dat begint bij de vetzuren die je binnenkrijgt.
Je bent wat je eet, en je eten is óók wat het eet!
Hier wordt vaak een stap overgeslagen. Je bent wat je eet, dat is bekend. Maar je eten is ook wat het zelf gegeten heeft.
Een koe is een grazer. Haar spijsvertering en haar hele lijf zijn gebouwd om gras om te zetten in vlees, melk en vet. Gras is rijk aan omega-3. In elk sprietje zitten bladgroenkorrels, kleine groene energiefabriekjes, en daar zit dat omega-3-vetzuur. Een koe die haar leven lang gras eet, bouwt die omega-3 in in haar eigen vlees en vet.
Zet hetzelfde dier op krachtvoer, mais en soja om het snel en goedkoop vet te mesten, en het beeld kantelt. Mais en soja zitten vol omega-6. De koe wordt wat zij eet, en jij wordt vervolgens wat de koe at.
De cijfers zijn concreet. Grasgevoerd rundvlees heeft een omega-6/omega-3-verhouding van ongeveer 1,5 op 1, dicht bij het oorspronkelijke evenwicht. Graangevoerd vlees zit vaak rond 7 op 1, en gangbaar supermarktvlees loopt verder op, omdat het regelmatig wordt verwerkt in een eindproduct dat niet enkel vlees meer bevat, maar ook plantaardige eiwitten.
Een stuk grasgevoerd vlees levert de vetzuren dus nog in de verhouding waarin het lichaam ze vraagt. Vlees van een vetgemest, met graan gevoerd dier geeft de disbalans gewoon aan je door.
Beter voor het dier én voor het eindproduct
Daar draait EerlijkEten om. Een koe die graast in de wei, een kalfje dat opgroeit bij zijn/haar moeder in de eigen kudde en de ruimte heeft om te lopen, leidt een stressvrij en waardig leven. Zulke dieren leveren tevens een beter en gezonder eindproduct.
Zo'n rund is atletischer en niet kunstmatig vetgemest. Het vlees dat het geeft, draagt de sporen van dat natuurlijke leven: een rijker vetzuurprofiel, meer omega-3, en een verhouding tot omega-6 die klopt met hoe ons eigen lichaam is ontworpen.
Er zit geen tegenstelling tussen wat goed is voor het dier en wat goed is voor jou. Het natuurlijke leven van het rund en de kwaliteit op je bord komen uit dezelfde bron. Wat het dier at, eet je mee.
Trek gekregen?
Bestel de ingrediënten direct van de boer en ga zelf aan de slag.



